Terug naar onderwerpen


Broer wil nog niet naar zorgcentrum

Mijn broer is 76 jaar en slechtziend. Hij is gescheiden en woont alleen in een groot eigen huis. Door gebrekkig loopvermogen en omdat hij slechtziend is, zou hij in feite niet meer alleen kunnen wonen. Hij heeft met bijna niemand contact, zelfs niet met zijn kinderen. Hij vertrouwt namelijk niemand. Wij weten ook nooit waar we met hem aan toe zijn, want hij laat het achterste van zijn tong niet zien. We hebben er herhaaldelijk bij hem op aangedrongen zijn huis te verkopen en in een verzorgingshuis te gaan. Dit is voor hem onbespreekbaar. Hij wil zich zelfs niet laten inschrijven. Nu vermoeden wij, dat hij bang is, dat hij dan de waarde van zijn eigen huis moet opeten en zijn spaargeld moet opmaken. Welke regels gelden daarvoor tegenwoordig?

Bij opname in een verzorgings- of verpleeghuis is er al lang geen sprake meer van dat men zijn opgebouwd vermogen langzaam maar zeker moet inleveren of – zoals men dat vroeger zei – ‘opeten’. De kosten worden uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) betaald. Bij een verblijf in een AWBZ-instelling moet een eigen bijdrage worden betaald die afhankelijk is van het maandelijks inkomen. Wordt uw broer duurzaam (langer dan zes maanden) opgenomen, dan moet hij de hoge eigen bijdrage betalen van maximaal € 1751,40 per maand, afhankelijk van zijn zogenoemde bijdrageplichtig verzamelinkomen. Het komt erop neer dat als hij AOW heeft met bijvoorbeeld een klein pensioentje, hij maandelijks daarvan slechts enkele honderden euro’s voor persoonlijke uitgaven overhoudt. Voor de rest heeft hij ook geen kosten, want hij wordt volledig verzorgd. Aan zijn vermogen wordt niet gekomen. Indien uw broer steeds slechter wordt, is het verstandig allereerst vast te stellen welke zorgbehoefte hij nu nodig heeft. Dat doet het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Maar als hij zelf absoluut niet wil, dan gebeurt er niks. Misschien dat zijn huisarts hem kan overtuigen van een of andere vorm van AWBZ-hulp (dat kan ook thuiszorg zijn!). Als zijn huis feitelijk niet meer geschikt is om in te blijven wonen, zou hij ook eens moet denken aan ‘beschermd wonen’, bijvoorbeeld in een aanleunwoning of seniorencomplex. Maar alles hangt van hem zelf af.