Terug naar onderwerpen


‘Stille reserves’ bij scheiding maatschap

Mijn man en zijn voormalig zakenpartner zijn bezig uit elkaar te gaan. Hun maatschap bestaat uit twee bedrijven. Dat van mijn man, aangekocht in 1985, en dat van zijn partner, aangekocht in 1998. Door ons werd aangenomen dat de scheiding zou verlopen op grond van de huidige taxatiewaarde van beide locaties en dat daardoor de boedelscheiding met gesloten beurzen zou kunnen geschieden. Echter, in het boekhoudkundig rapport worden ineens zogenoemde ‘stille reserves’ opgevoerd. Mijns inziens hebben die meer met de boekwaarde van doen en zijn die in mijn opinie in de praktijk een hoop gebakken lucht. Dit zou mijn man echter wel circa 150.000 euro kunnen kosten. Klopt dit?

Stille reserves zijn waardecomponenten, die je niet op de balans van een onderneming terugvindt. Het gaat hier vaak om overwaardes in het bedrijfspand, het machinepark en de voorraden. Soms zitten die waardes ook aan de creditzijde van de balans: te hoog opgevoerde voorzieningen, zoals voor garanties en incourante voorraden. Voor stille reserves moet altijd worden betaald op het moment van een bedrijfsovername, mits ze door de verkoper aannemelijk gemaakt kunnen worden. Op het moment dat de stille reserves vrijkomen (bijvoorbeeld bij een activatransactie) moet er in het algemeen belasting over worden betaald. De waardebepaling van een bedrijf is een ingewikkelde zaak. Indien de 'zakenpartners' zelf hun bedrijf hebben ingebracht dan is de verdeling van de totale waarde ook weer afhankelijk van de waarde tijdens inbreng van ieders bedrijf en de tijdens de maatschap verkregen toegevoegde waarde. We nemen ook aan dat in uw kwestie indertijd is vastgelegd wat ieders bedrijf waard was voordat het in de maatschap is ingebracht. In elk van de ingebrachte waardes kunnen ook weer stille reserves zitten. Uit uw vraag halen we dat slechts sprake is van scheiding van activiteiten van de twee locaties. Dan kan het inderdaad zijn dat de ene locatie meer waard is dan de ander, al is het alleen maar op grond van de verschillende (inclusief stille) waardes van het onroerend goed, de grond en andere activa. Dus zal bij een scheiding een verrekening moeten plaatsvinden. Maar, zoals gesteld, is het vaak heel ingewikkeld om de werkelijke waarde van de twee vestigingen vast te stellen want mogelijk spelen toekomstige winstpotenties ook nog een rol. We raden daarom aan - ook om onderlinge heibel te voorkomen - om een onafhankelijke deskundige (een accountant en/of een fiscalist) in te schakelen. Er zijn ook vele adviesbedrijven in het MKB die helpen bij verkoop, splitsing of beëindiging van de activiteiten. Deze intermediairs kosten een duit maar kunnen er wel voor zorgen dat de zaak 'eerlijk' - en misschien nog belangrijker ‘fiscaal aantrekkelijk’ - wordt opgelost. Aan de Kamer van Koophandel kan een eerste advies worden gevraagd.