Weet je nog wel....?

Er is zoveel te vertellen over Rotterdam en over dingen die in Rotterdam gebeurden. Veel van die verhalen zijn moeilijk in een bepaalde rubriek onder te brengen. Vandaar dat u hier de ‘vergaarbak’ met verhalen vindt die gevuld is met alles wat niet zo makkelijk in een rubriek onder te brengen is. Soms komt het ook omdat er maar een verhaal over een bepaald onderwerp bij ons binnenkomt. Deze vergaarbak hebben we maar ‘Weet je nog wel……? ‘ als titel gegeven. Het woord ‘oudje’ dat er meestal achteraan komt, hebben we weggelaten: want wanneer ben je dan oud genoeg om te mogen genieten van al die verhalen?


Tewaterlating G.S. Walden.

Rondolaan 77 in Tuindorp Heyplaat was het adres waar ik samen met mijn ouders, een zus en twee broers van 1921 tot 1946 gewoond heb. Het was altijd, zoals ouderen onder u wellicht weten, voor Heyplaat een enorme happening als er bij de R.D.M. (Rotterdamse Droogdok Maatschappij) een schip te water werd gelaten.

Zo ook met de tewaterlating van de tanker G.S. Walden, destijds de grootste tanker, 100.000 ton, die het bedrijf tot dan toe gebouwd had. Bij een dergelijke festiviteit kwam nogal wat kijken! Allereerst moesten de slee�n worden geplaatst waarop groene zeep en talk werd aangebracht zodat het schip makkelijk van de helling kon glijden. Het schip werd alleen nog vastgehouden door het zgn. beletsel.

Naast het schip werd een hele stellage gebouwd. Hierop konden de genodigde plaatsnemen samen met degene die het schip te water zou laten. De tewaterlating gebeurde door een touwtje door te hakken. Daardoor zwaaide de fles champagne door de lucht tegen de voorsteven aan en was daarmee het schip gedoopt. Op hetzelfde moment werden door de dokmeester de laatste beletselen weggeslagen en terwijl de woorden “Ik wens u behouden vaart” werden uitgesproken, gleed het schip van de helling het water in.

Ik vond zo’n tewaterlating een hele belevenis en zodra het schip in het water lag, vlogen ik en andere jongens de helling op om te kijken of er nog iets van de champagnefles over was. Ik had het geluk om een groot deel van de hals van de fles te vinden. De fles was verpakt geweest in iets groens met daar omheen de Amerikaanse vlag en die van de R.D.M.. Toen ik thuis mijn aanwinst eens goed bekeek, ontdekte ik dat de ijzeren draadjes die om de kurk zaten, doorgeknipt waren. De kurk was ook bijgesneden om hem weer in de fles te kunnen steken. Ik hoef u vast niet meer te vertellen wat er waarschijnlijk ’s nachts voor de tewaterlating met de inhoud van de fles is gebeurd. Wat ze ervoor in de plaats gedaan hebben, weet ik niet maar het schuimde in ieder geval fantastisch. Ik neem aan dat de G.S. Walden desondanks een behouden vaart heeft gehad.

C.J. Spelbrink Zevenerdrift 28 1251 RC Laren

Aanvullende gegevens van de redactie.

De G.S. Walden kwam in 1935 gereed. De heer Spelbrink zal dus in dat jaar bij de tewaterlating geweest zijn. Het schip, van het type motortanker, mat geen 100.000 ton, maar 10.627 brt.

Vanuit Halifax vertrok de G.S. Walden, geladen met gasolie, op 20 april 1941 in het konvooi HX 122 naar Liverpool, waar het op konvooi op 8 mei aankwam.

Op 3 augustus 1942, om 03.05u. vu in Liverpool aan. In 1944 was Oriental Tankers Ltd (Standard Transp. Co Ltd) te Hong Kong eigenaar van het schip en voer ze onder Britse vlag. Het schip voer mee in het konvooi GUS-39 en werd op 14 mei 1944 door de onderzee�r U-616 (commandant Siegfried Koitschka) aangevallen en werd wederom beschadigd. Ze bevond zich op positie 36.45N, 00.55E.

Bronnen: www.warsailors.com en http://uboat.net/allies/merchants/3251.html


Armoede

Wij woonden in Rotterdam-Zuid in de Nederhovenstraat. Vader was al jaren werkloos en we leefden van de steun. We waren met zes kinderen en vader kreeg fl 18,-- steun per week. Hier ging dan fl 4,25 af voor de huur. Verder leefden we van wat we kregen.

Zo hadden we gratis zitplaatsen in de Vredeskerk: we mochten echter pas gaan zitten als het rode lampje op de kansel brandde. De betaalde plaatsen die niet bezet waren, mochten we dan gebruiken.

Mijn zusje werkte bij sigarenwinkel ‘de Tramhalte’ aan de Lange Hilleweg. De eigenaar, Jan Guis, had een bult op zijn rug en ook nog eens een kippenborst. Soms kreeg mijn zus oude kleding mee, zodat we weer wat hadden om aan te trekken.

Ooit kreeg ik een voor Jan Guis op maat gemaakt jasje . Omdat het maatwerk was, had ik veel ruimte over waar die bult en kippenborst in gepast hadden. Ik werd natuurlijk nogal geplaagd door mijn vriendjes. Ik was toen 11 jaar en die vreselijke armoe zal ik nooit vergeten.

Twee maal per week kregen we soep via de kerk en iedere dag een heel brood van bakker TRIO. Ook dat werd door de kerk betaald.

H. Lubbers (81 jr), Margaretha Roosenboonstraat 12b, 3207 HE Spijkenisse